Extruder kalibratie

Extruder kalibratie

Dit stuk gaat over ‘Extruder kalibratie’, oftewel het handmatig afstellen van de E-step/mm. Op internet wordt dit vaak geadviseerd en er zijn zelfs merken extruders die dit aanraden. Ik leg in dit artikel uit waarom dit geen goed idee is en waarom je de extrusie beter kan aanpassen op een andere manier.

Wat betekend E-Step/mm?

Dit is de instelling die bepaald hoeveel filament de extruder geeft. ‘E’ staat voor extruder. Step/mm betekend de hoeveelheid stapjes die de stappenmotor moet maken om 1mm filament te geven. Een standaard stappenmotor heeft meestal stapjes van 1.8 graden. Dat zijn 200 stapjes per omwenteling. De “gear” van de extruder in een Ender 3 is 11mm. Dat betekent een omtrek van 34,56mm Een volle omwenteling van de motor is dus 34,56mm. 1 stapje is 0,1728mm. Voor de Ender 3 wordt microstepping gebruikt van 16 microsteps per volledige stap. Per microstep kom je dan op 0,0108mm. Om 1 mm filament te extruderen moet je 93 stappen zetten. Theoretisch kom je dan op 1,0044mm filament.

In de praktijk kan dit weer iets variëren. De tandjes graven iets in het filament of drukken het filament iets plat. Dit veranderd de hoeveelheid materiaal wat per omwenteling naar buitenkomt iets. Dit kan verschillen per materiaal en in mindere mate hoeveel druk de veer uitoefent.

Waarom wordt geadviseerd om je extruder te kalibreren en waarom zeg ik dat dit geen goed idee is?

Bij het kalibreren van de extruder wordt op de printer opdracht gegeven om een bepaalde hoeveelheid filament te voeden. De lengte filament wordt vervolgens opgemeten. Het procentuele verschil kan je vervolgens corrigeren met de E-steps in de firmware. Dit zou een nauwkeurigere extrusie opleveren.

Variatie in materiaal

Ten eerste, de stappen per mm zijn theoretisch uitgewerkt en die kloppen dus theoretisch perfect. Hoe materiaal vervolgens uit de nozzle komt varieert iets per materiaal soort. Ook scheelt het hoe de gear in het materiaal grijpt. Als je de extruder kalibreert op 1 materiaal dan kan dat anders uitvallen met een ander materiaal. Dit wil je niet omdat je dan moet kalibreren per materiaalsoort/merk.

Variatie in meting

De precieze meting van het geëxtrudeerde  materiaal is ook moeilijk en onbetrouwbaar te meten omdat filament iets platgedrukt wordt waardoor deze langer kan worden maar nog hetzelfde volume materiaal bevat per doorgevoerde lengte of juist dezelfde lengte heeft met minder volume. Ook is de lengte geëxtrudeerde materiaal zonder de tegendruk van de nozzle anders

De juiste oplossing: De ‘Flow’!

De term ‘flow’ wordt ook wel de ‘flowrate’, ‘extrusion multiplier’ of in het Nederlands ‘doorvoercompensatiefactor’ genoemd. Dit is een correctie op de hoeveelheid materiaal die door de extruder doorgevoerd wordt. Standaard is 100% of 1. Door hier van af te wijken geef je minder of meer materiaal.

Om deze zaken te corrigeren kan je de extruder kalibreren maar daar is eigenlijk een andere oplossing voor. Dat is de flow/multiplier setting in je slicer. Met deze setting pas je de hoeveelheid materiaal aan per filament soort. Het is heel normaal om deze 5-10% aan te passen voor perfecte prints.

Samengevat.

Finetuning van de extrusie doe je in je slicer met de ‘flow’ of ‘extrusion multiplier’. Hierbij kies je per materiaalsoort de juiste instellingen.

Als je de E/steps in je firmware met rust laat kan je je slicer-settings ook makkelijker vergelijken of delen met andere mensen. Je hardware werkt namelijk hetzelfde als bij andere mensen die dezelfde printer hebben.

Geplaatst in Tips.

2 reacties

  1. MIsschien handig om te vermelden dat het in de Nederlandse versie “doorvoercompenstatiefactor” heet. Dat had mij toch vrij eel tijd gescheeld.

    • Bedankt voor de feedback! Meestal worden de Engelse termen gebruikt maar het is inderdaad handig om de Nederlandse woorden ook toe te voegen. Ik ga dit aanpassen en ik zal deze term ook in ons woordenboek plaatsen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.