3D-Print Woordenboek

Op deze pagina komt het 3D-Print woordenboek waar we alle 3D-print gerelateerde woorden in het Nederlands en Engels gaan verzamelen en uitleggen. De termen zullen vooral gericht zijn op FFF 3D-printers maar andere technieken komen ook langs.
(Copyright J.Galis, 3DTestbench 2022)

# A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

3


  • 3D-Printen. Het computergestuurd opbouwen van een fysiek model door middel van het toevoegen van een materiaal. De officiële Engelse term voor deze techniek is ‘additive manufacturing’ dit betekend ’toevoegend fabriceren’ in het Nederlands.
  • 3D-LAC. Een merknaam van hechtmiddel voor het printbed.

A


  • ABL. Auto Bed Leveling.(Eng.) Het automatisch corrigeren van hoogteafwijkingen in het printbed. In de meeste gevallen is dit een softwarematige correctie.
  • ABS. Acrylonitril-butadieen-styreen. Materiaal. Polymeer. Gebruikt als filament.
  • Additive manufacturing. Zie ‘3D-Printen’.
  • Acceleration. (Nederlands: Acceleratie). De verandering van snelheid van een as of extruder.
  • Aceton. Een oplosmiddel voor het reinigen van het printbed. Ook gebruikt voor het polijsten of lijmen van ABS en ASA.
  • ASA. Acrylonitrile-styrene-acrylate. Materiaal. Polymeer. Gebruikt als filament.
  • Auto-calibration. (Nederlands: Auto-kalibratie). Het automatisch afstellen van de starthoogte en/of de printhoogte boven het printbed doormiddel van een sensor of ‘probe’.

B


  1. Bed. Zie ‘bouwplaat’
  2. Bouwplaat/bouwplatform (Engels: Buildplate). Dit is het ‘platform’ of ‘printbed’ waarop de 3D-print wordt opgebouwd. Deze wordt meestal gemaakt van aluminium of glas. Om de hechting met het materiaal te verbeteren wordt vaak een extra toplaag op het bed geplaatst.
  3. Bridgin. (Eng.) Dit staat voor het printen tussen twee punten waarbij een soort brug gemaakt wordt zonder dat dit deel ondersteund wordt.
  4. Brim. (Eng.) Een brim is een hulpmiddel om de bedhechting te vergroten en wordt vooral gebruikt voor kleine delen met een klein oppervlakte. De brim is een extra randje aan de onderkant van de print die meestal 1 laag dik geprint wordt. Achteraf kan dit randje losgebroken of losgesneden worden van de print.
  5. Buildplate. (Eng.) Zie ‘bouwplaat’.
  6. Bowden.(Eng.) Type extruder waarbij de aandrijfmotor niet direct boven de hotend geplaatst is. Het filament wordt door een buisje (bowden-tube) naar de hotend gevoerd terwijl de motor op een vaste plaats op de 3d-printerbehuizing zit. Het is ook mogelijk dat de motor op de X-as geplaatst is.

C


  • Calibration. (Eng.) Zie ‘Kalibratie’.
  • CAD. Computer-Aided Design (Eng.) Het maken van digitale ontwerpen met computers.
  • CF. Carbon-Fiber. Dit zijn carbonvezels die gebruikt kunnen worden in filamenten voor het verhogen van de sterkte en stijfheid.
  • Coldend/Cold-end. De term ‘coldend’ kan twee betekenissen hebben.
    1. In een extruder-hotend combinatie kan dit staan voor het gedeelte waar de motor aan vast zit.
    2. In een hotend staat de term ‘coldend’ voor het deel van de hotend welke niet actief verwarmd wordt. Dit is het bovenste deel van de hotend waar in veel gevallen koelribben en een koelfan op zitten.
  • Cura. Merk software. Slicer. G-Code generator.
  • Curing. (eng). Het uitharden van resin prints met behulp van (UV)licht.

D


  • Delta. Dit is een mechanisch ontwerp voor FFF 3D-printers.
  • Direct Drive. Type extruder waarbij de motor boven de hotend geplaatst is. De motor beweegt hier mee met de printkop.
  • DLP. digital light processing. DLP staat voor een 3d-print techniek welke gebruikt maakt van een fotopolymeer (resin). Deze resin wordt uitgehard door (UV) licht wat laag voor laag geprojecteerd wordt. Deze techniek lijkt op de ‘SLA’ techniek en wordt vaak gebruikt voor 3d-printers die de ‘LCD resin’ techniek gebruiken.
  • Driver. Een computer programma die de communicatie en/of samenwerking met bepaalde hardware mogelijk maakt. Bijvoorbeeld de communicatie van een computer met een 3d-printer over een USB kabel.
  • Dual Extrusion.(Eng.) (Dubbele Extruder). Een FFF 3D-Printer kan gebruik maken van een 2e printkop om een tweede kleur of oplosbaar support te printen.
  • Dualstrusion. Zie ‘Dual Extrusion’.

E


  • E-Steps. De ‘E-Steps’ is een term uit de firmware. Hierbij staat de ‘E’ voor de ‘Extruder’. De E-Steps is de instelling voor het aantal stappen die een stappenmotor moet maken om een bepaalde lengte filament door te voeren. Meestal wordt dit aangegeven met het aantal stappen per mm filament.
  • E-Step Kalibratie. Dit is het manueel corrigeren van de ‘E-steps’. Lees meer!
  • Effector.(Eng.). Het platform voor de printkop/hotend van een delta 3D-printer.
  • Extruder. Dit is het mechaniek van een 3D-printer die het filament ‘extrudeert’ tot een dunne lijn zacht kunststof. Een extruder bestaat uit een stappenmotor, een soort tandwiel die het filament vastgrijpt en een verwarmingselement met een spuitmond (hotend). In de praktijk wordt de term ‘extruder’ vooral gebruikt voor het motor gedeelte zonder de hotend

F


  • FFF. Fused Filament Fabrication. Dit is een variant van 3d-printen waarbij kunststof draad (filament) wordt verwarmd en in dunne lijnen laag voor laag wordt neergelegd om zo tot een model te komen. In de volksmond wordt dit vaak FDM genoemd.
  • FDM. Fused Deposition Modeling. Dit is het handelsmerk van Stratasys voor een 3d-printer met de FFF techniek.
  • Filament. Dit is een thermoplastisch kunststof (plastic) in de vorm van een draad. Dit dient als grondstof voor ‘filament 3D-printers’. Filament is verkrijgbaar in vele verschillende kunststofsoorten waarvan PLA, ABS, PET(G) en Nylon (PA) de meest bekende zijn onder de hobbyisten.
  • Firmware. Dit is de software geïnstalleerd op de printer of andere hardware.
  • Flow. Dit heeft twee betekenissen. 1. In de slicer. De ‘extrusie-multiplier’, ‘flowrate’ of ‘doorvoercompensatiefactor’. Dit is een correctie op de hoeveelheid materiaal die de printer extrudeert. Standaard is dit 100%. Een hogere waarde geeft meer materiaal en een lagere waarde geeft minder materiaal. Dit wordt gebruikt om onder- of overextrusie tegen te gaan. 2. Op de 3d-printer. Flow staat hier voor de snelheid. 100% is de snelheid zoals opgegeven in de slicer.

G


  • G-Code. De lijnen met commando’s welke een 3d-printer zijn taken laat uitvoeren.
  • Gantry. (Eng.) De term ‘gantry’ of ‘x-gantry’ wordt meestal gebruikt voor de X-as constructie in Core-XY, reprap en portaal 3d-printers.
  • Ghosting. (Ringing). Artefacten in de 3d-print die veroorzaakt worden door vibratie in het mechaniek.

H


  • Heated bed. (Nederlands: Verwarmd bed). Een actief verwarmde ‘bouwplaat’ ter bevordering van de hechting van het materiaal.
  • Heated buildchamber. (Eng.) Een actief verwarmde kamer waarin de ‘3d-print’ wordt opgebouwd.
  • HIPS. High Impact Polystyreen. Materiaal. Kunststof. Gebruikt als filament.
  • Home. In 3d-printers is dit de 0 positie van het mechaniek.
  • Homing. Dit is de actie waarbij de assen (x,y en Z) terugkeren vaan de 0 positie van de printer.

I


  • Infill. De ‘vulling’ van een model. Dit wordt weergegeven in een percentage waarbij 0% staat voor een hol model en 100% voor een massief model. Naast het percentage kunnen verschillende ‘patronen’ gekozen worden waaruit de infill wordt opgebouwd.

J


  • Jerk. Jerk staat voor de startsnelheid/eindsnelheid van de motor aan het begin van een acceleratie bij de start en aan het eind van de acceleratie bij het stoppen. Jerk kan ook staan voor het verschil in acceleratie binnen een bepaalde tijdseenheid. Jerk is een waarde die normaal gesproken wordt gedefinieerd in de firmware maar kan ook door de slicer aangepast worden.

K


  • Kalibratie. Het afstellen of finetunen van een bepaalde functie. De losse term ‘kalibratie’ wordt meestal gebruikt voor het afstellen van het printbed.
  • Kapton tape. Een hitte bestendig tape wat gebruikt kan worden als printoppervlakte of voor het vastzetten van componenten op warme plaatsen

L


  • Laagdikte. (Engels: Layerheight).  De dikte die de 3d-printer per laag neerlegt.
  • Layer.(Eng.). Laag of laagdikte.
  • Layershift.(Eng.). Een layershift houdt in dat de X of Y as een onbedoeld doorschiet.
  • Levelen. Het afstellen van het bed ten opzichte van de nozzle/printkop.
  • Lijn breedte. (Engels: Line Width). De breedte van de lijn welke door de nozzle wordt neergelegd.
  • Limoneen. Oplosmiddel. Gebruikt voor het oplossen van HIPS als supportmateriaal.

M


  • mSLA. ‘Masked Stereo Lithografie’. Een commerciële term voor LCD resin 3D-printers. Deze techniek werkt niet zoals SLA met laser maar met een LCD scherm en LED (UV) licht.

N


  • Nozzle. Spuitmond van een FFF/FDM 3D-printer.

O


  • Ooze/Oozing. (Eng.). Het lekken van materiaal uit de nozzle.

P


  • PA. Polyamide. Nylon. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • PC. Polycarbonaat. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • PCTG. Poly Cyclohexylenedimethylene Terephthalate glycol. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • PCL. Polycaprolactone. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • Peek. Polyetheretherketone. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • PEI. Polyetherimide. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament en als printbed oppervlakte.
  • PEKK. Polyetherketoneketone. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • Perimeter. Zie ‘Shell’.
  • PETG. Polyethyleentereftalaatglycol. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • PP. Polypropyleen. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • PLA. Polylacticacid. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament.
  • Platform. Zie ook ‘Bouwplaat’.
  • Printbed. Zie ook ‘Bouwplaat’.
  • Probe. Sensor, gebruikt voor het aftasten van de bouwplaat.
  • Prusa. 1. Joseph Prusa is een ontwikkelaar van opensource hardware en ondernemer van Prusa Research. 2. Prusa kan staan voor een opensourceontwerp van FFF 3d-printers, bijvoorbeeld de Prusa Mendel of de i3. 3. Prusa is het merknaam van Prusa Research bekend van de Prusa MK3 3d-printers.
  • Purge. (Eng.) Het doorvoeren van materiaal om het oude materiaal uit het systeem/hotend te verwijderen of om het de hottend en nozzle te vullen met materiaal die verloren was gegaan door het lekken van de nozzle voor het starten van een print.
  • PVA. Polyvinylalcohol. Materiaal. Polymeer. Gebruikt voor filament. PVA is een wateroplosbaar polymeer. Te gebruiken als wateroplosbaar supportmateriaal.

Q


  • .

R


  • Raft. Een geprint eiland waar de 3d-print bovenop geprint wordt ter bevordering van de bedhechting.
  • Repetier. Software. Slicer.
  • Retraction. Het terugtrekken van het filament op momenten dat de printer geen materiaal neerlegt.
  • Resin. (Eng.). Materiaal. Photo-Polymeer. Vloeibaar print-materiaal voor resin-3d-printers zoals SLA, DLP, mSLA en Material Jetting.
  • Ringing. Artefacten in de 3d-print die veroorzaakt worden door vibratie in het mechaniek.

S


  • Salmon skin. (Eng). Een artefact (moiré effect) op het oppervlakte van een print.
  • Shell. ‘Perimeter’. ‘Wall’. ‘Wand’. De buitenste laag van de 3d-print in het horizontale vlak.
  • Simplify3d. Merk software. Slicer. G-Code generator.
  • Skirt. (Eng). Een skirt zijn extra rondjes die geprint worden om het model met als doel het opstarten van de extruder en het controleren van de eerste laaghechting. Een skirt heeft geen contact met het te printen model maar dient alleen om de bedhechting te bevorderen.
  • SLA. Stereolithografie. 3D-Printtechniek.
  • Slicer. Type software die de 3D-file omzet naar G-code. Ook wel ‘G-code generator’ genoemd.
  • Stappendriver. Motordriver. Stepperdriver (Eng.). De chip/elektronica die de stappenmotoren aanstuurt.
  • Stappenmotor. Steppermotor of stepper (Eng.) Elektromotor die een omwenteling opdeelt in kleine ‘stappen’.
  • STL. SurfaceTessellationLanguage. Veelgebruikt bestandsformaat voor 3D-modellen.
  • Stringing. Dunne draden die ontstaan tijdens het printen op plaatsen waar geen extrusie plaatstvindt. 
  • Support. Dit is extra materiaal die geprint wordt om overhangende delen in het model te ondersteunen. Support kan geprint worden in hetzelfde materiaal als het model of bij dual-extrusie systemen met een oplosbaar materiaal.

T


  • TPE. Thermoplastic Elastomer. Materiaal. Kunststof. Verzamelnaam voor flexibele thermoplastische materialen. Gebruikt als filament.
  • TPU. Thermoplastic polyurethane. Materiaal. Kunststof. Gebruikt als filament. Flexibel.
  • Thermal Runaway.(Eng.) Een softwarematige beveiliging die voorkomt dat de verwarmingselementen doorgaan met verwarmen als de temperatuurmeting niet stijgt tijdens het verwarmen.
  • Thermistor. Type temperatuursensor.
  • Thermocouple. Type temperatuursensor.

U


  • Under extrusion. (Eng.). Onder extrusie. Te lage materiaal doorvoer.

V


  • Voron Design. Een opensource 3D-printer ontwerp.
  • V-Core. Een opensource 3D-printer ontwerp.

W


  • Warp. Het kromtrekken van een print.

X


  • X-as. (Eng. X-axis) De X-as in een 3D-printer is de richting van links naar rechts.

Y


  • Y-as. (Eng. Y-axis) De Y-as in een 3d-printer is de richting welke van voor naar achter loopt. In het geval van een ‘Reprap’ 3d-printer beweegt het bed in de Y-as.

Z


  • Z-as. (Eng. Z-axis) De Z-as in een 3d printer is de verticale bewegingsrichting.
  • Z-hop. Een instelling in de slicer die de nozzle optilt bij bewegingen zonder extrusie.
  • Z-Ofset. Dus is een correctie op de starthoogte van de nozzle boven het bed.